ECLI:NL:RVS:2020:973
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- E. Helder
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling planregeling detailhandel Maastricht in overeenstemming met Dienstenrichtlijn
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of het bestemmingsplan "Reparatie- en actualiseringsplan Maastricht Zuidoost" van 22 maart 2016, dat branchevreemde detailhandel uitsloot, in overeenstemming was met de Dienstenrichtlijn. Na een eerdere tussenuitspraak werd de raad van Maastricht opgedragen de gebreken in het besluit te herstellen.
De raad stelde op 16 april 2019 een herstelbesluit vast, onderbouwd met een notitie van BRO waarin werd gesteld dat de brancheringsregeling effectief is en niet verder gaat dan nodig. [Appellante] betwistte dit en voerde aan dat Maastricht een bijzondere situatie kent en dat de beperkingen geen zinvolle bijdrage leveren. Diverse deskundigen, waaronder BRO en BSP, leverden tegenstrijdige analyses over de effectiviteit, geschiktheid en proportionaliteit van de brancheringsmaatregelen.
De Afdeling oordeelde dat de raad voldoende had onderbouwd dat de situatie in Maastricht niet zo afwijkend is dat landelijke en regionale onderzoeken niet toepasbaar zijn. De beperking levert een zinvolle bijdrage aan het pakket aan maatregelen en gaat niet verder dan nodig is. Andere minder ingrijpende maatregelen zijn onvoldoende onderzocht of niet toereikend. Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 2016 werd gegrond verklaard en vernietigd, maar het beroep tegen het herstelbesluit van 2019 werd ongegrond verklaard. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 2016 wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het herstelbesluit van 2019 wordt ongegrond verklaard.