ECLI:NL:RVS:2021:1024
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- E.J. Daalder
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vaststelling bestemmingsplan Windpark Oeverwind in Vlaardingen
De raad van de gemeente Vlaardingen stelde op 17 oktober 2019 het bestemmingsplan Windpark Oeverwind vast, dat voorziet in de bouw van twee windturbines met een maximale tiphoogte van 141 meter en een gezamenlijk vermogen van maximaal 7 MW. Midden Delfland B.V., exploitant van het voormalige restaurant ’t Oeverbos op een nabijgelegen perceel, stelde beroep in tegen het plan uit vrees voor negatieve gevolgen voor haar bedrijfsbelang en aantasting van het Oeverbos.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat Midden Delfland B.V. belanghebbende is en het beroep ontvankelijk is. De Afdeling beoordeelt vervolgens de inhoudelijke gronden van het beroep, waaronder de vermeende overschrijding van het aantal windturbines, het niet meenemen van recente inzichten op het gebied van hinder en veiligheid, het ontbreken van een stilstandvoorziening, de aantasting van het Oeverbos, bodem- en ondergrondkundige aspecten, en de financieel-economische uitvoerbaarheid.
De Afdeling stelt vast dat het plan voorziet in de bouw van twee windturbines en dat het plan redelijkerwijs niet rekening hoefde te houden met de mogelijke bouw van vijf turbines. Nieuwe inzichten zijn niet concreet onderbouwd en leiden niet tot een ander oordeel. De windturbines worden voorzien van een stilstandvoorziening conform wettelijke normen, en de hinder door slagschaduw en geluid wordt aanvaardbaar geacht. De raad heeft de belangen van het recreatiegebied en het Oeverbos betrokken bij de besluitvorming en het plan is inpasbaar binnen het bestaande herinrichtingsplan. Onderzoek naar stabiliteit van de ondergrond en bodemverontreiniging is adequaat, en de financieel-economische uitvoerbaarheid is voldoende onderbouwd.
Gelet op deze overwegingen verklaart de Afdeling het beroep ongegrond en bevestigt het bestemmingsplan Windpark Oeverwind. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van Midden Delfland B.V. tegen het bestemmingsplan Windpark Oeverwind wordt ongegrond verklaard.