Uitspraak
Datum uitspraak: 16 juni 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
Appellant was eigenaar van een perceel met woning nabij Steenbergen dat in waarde is gedaald door de aanleg van de autosnelweg A4 en bijbehorende infrastructuur. Hij vroeg nadeelcompensatie, die door de minister werd afgewezen en later deels toegekend. Appellant stelde beroep in tegen het besluit over de hoogte van de compensatie.
De Raad van State oordeelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. De taxatierapporten en deskundigenadviezen waarop de minister zich baseerde, voldeden niet aan de vereiste motiverings- en zorgvuldigheidsnormen. De Raad stelde zelf de waarde van het perceel onder het oude en nieuwe planologische regime vast op respectievelijk €190.000 en €119.000, en berekende de schade op €71.000.
Met inachtneming van een normaal maatschappelijk risico van 2,5% werd de nadeelcompensatie vastgesteld op €66.250, te vermeerderen met wettelijke rente. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en bevestigt het recht van appellant op een passende schadevergoeding.
Uitkomst: De Raad van State kent appellant een nadeelcompensatie toe van €66.250 wegens waardevermindering van zijn perceel door de aanleg van de A4.