ECLI:NL:RVS:2021:1351
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding bij bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 20 maart 2021 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 april 2021 ongegrond verklaarde en het verzoek om proceskostenvergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze constateerde dat het proces-verbaal van staandehouding en ophouding een formeel gebrek vertoonde doordat niet expliciet werd vermeld op welke grondslag van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 de ophouding plaatsvond. Hoewel dit gebrek niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring, was het wel terecht dat de rechtbank de staatssecretaris niet tot vergoeding van proceskosten had veroordeeld.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin deze naliet de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding te veroordelen en bevestigde de rest van de uitspraak. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van €1.068 aan proceskosten voor de beroepsmatige rechtsbijstand van de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor het nalaten van proceskostenvergoeding en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €1.068 aan proceskosten.