ECLI:NL:RVS:2021:1417
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid CBR-besluit en vergoeding onnodige medische kosten rijgeschiktheid
Appellant diende een aanvraag in voor vernieuwing van zijn rijbewijs bij het CBR, waarbij sprake was van polyneuropathie als restverschijnsel van het POEMS-syndroom. Het CBR legde een medisch onderzoek op door een huisarts en een neuroloog, waarna appellant rijgeschikt werd verklaard met beperkingen. De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en gaf het CBR gelegenheid dit te herstellen. Het CBR herzag het besluit en kwam appellant tegemoet.
Appellant vorderde vergoeding van de door hem gemaakte medische kosten, die deels werden toegekend (kosten rijbewijs en pasfoto) en deels afgewezen (kosten medisch onderzoek). In hoger beroep stelde appellant dat het CBR onrechtmatig handelde door onnodig een huisartsonderzoek op te leggen, aangezien het neuroloogonderzoek voldoende was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR terecht een neuroloogonderzoek mocht verlangen, maar het opleggen van het huisartsonderzoek onrechtmatig was en dat de kosten daarvan vergoed moeten worden.
De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis dat de vergoeding van de huisartskosten afwees, bevestigde het overige en veroordeelde het CBR tot vergoeding van €58,- voor de huisartskosten, proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het onrechtmatige handelen van het CBR erkend en werd appellant schadeloos gesteld voor de onnodige kosten.
Uitkomst: Het CBR moet de kosten van het onrechtmatig opgelegde huisartsonderzoek vergoeden en proceskosten betalen.