Uitspraak
Datum uitspraak: 21 juli 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een bestuurlijke boete van €20.500 op wegens het onttrekken van zijn woning aan de bestemming tot bewoning zonder vergunning. Dit volgde op meldingen van buurtbewoners en een controle waarbij bleek dat de woning aan toeristen werd verhuurd.
Appellant stelde dat hij de uitspraak van de rechtbank niet had ontvangen, waardoor het hoger beroep ontvankelijk zou moeten zijn, en voerde aan dat de boete te hoog was gezien zijn particuliere situatie, beperkte overlast en financiële draagkracht. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en het college had het bezwaar ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk is omdat de uitspraak van de rechtbank waarschijnlijk niet is verzonden. Echter, appellant maakte niet aannemelijk dat de boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog was. De verhuur aan toeristen leidt tot onttrekking van woonruimte, wat een ernstige overtreding is gezien de druk op de Amsterdamse huizenmarkt. De boete werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €20.500 wegens onttrekking van de woning aan de bestemming tot bewoning zonder vergunning wordt bevestigd.