ECLI:NL:RVS:2021:193
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering duur
De vreemdeling ontving een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking 'medische behandeling'. Zij stelde dat de vergunning voor vijf jaar had moeten worden verleend, omdat het Bureau Medische Advisering (BMA) al jaren concludeert dat de noodzakelijke medische behandeling in Somalië ongewis of niet beschikbaar is.
De staatssecretaris had de vergunning slechts voor één jaar toegekend en dit onvoldoende gemotiveerd, met het argument dat de situatie in Somalië zou kunnen verbeteren. De rechtbank had dit oordeel bevestigd, maar de Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris niet concreet heeft toegelicht waarop deze toekomstverwachting is gebaseerd.
De Raad stelt dat de staatssecretaris zich niet langer kan beroepen op onzekerheid over de beschikbaarheid van medische behandeling in Somalië en dat hij bij een kortere vergunning dan vijf jaar een gedegen motivering moet geven, wat hier ontbreekt.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris en beveelt een nieuw besluit. Tevens veroordeelt de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de verblijfsvergunning voor medische behandeling slechts voor één jaar te verlenen wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.