ECLI:NL:RVS:2023:3328
Raad van State
- Hoger beroep
- P.H.A. Knol
- J. Gundelach
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning biomassacentrale wegens ontbrekend milieueffectrapport
Vattenfall kreeg een omgevingsvergunning voor het bouwen en exploiteren van een biomassacentrale in Diemen, waar houtpellets worden verbrand. De vraag was of deze centrale een milieueffectrapport (MER) moest opstellen, wat verplicht is bij verbranding van niet-gevaarlijke afvalstoffen boven 100 ton per dag.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende concrete informatie had over de herkomst van de houtresten en de intentie van de oorspronkelijke houders, waardoor niet kon worden uitgesloten dat deze houtresten en de houtpellets afvalstoffen zijn. Hierdoor had het college de centrale als MER-plichtig moeten aanmerken.
Het college had ook niet kunnen vaststellen dat de houtpellets als bijproduct konden worden gekwalificeerd of dat de einde-afvalfase was bereikt. Omdat Vattenfall geen MER had overgelegd, had het college de aanvraag buiten behandeling moeten laten. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor de uitspraak werd vernietigd en het besluit van het college werd vernietigd.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan MOB. De zaak benadrukt het belang van concrete informatie over afvalstatus en herkomst van biomassa bij vergunningverlening en MER-plicht.
De uitspraak is van 30 augustus 2023 en betreft een hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de biomassacentrale wordt vernietigd wegens het ontbreken van een verplicht milieueffectrapport.