ECLI:NL:RBDHA:2023:8384
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen intrekking Nederlanderschap en terugkeerbesluit wegens terroristisch misdrijf
Eiser is onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Op grond daarvan heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van eiser ingetrokken, een terugkeerbesluit uitgevaardigd, een inreisverbod van twintig jaar opgelegd en zijn aanvragen voor verblijfsvergunningen afgewezen.
Eiser voerde onder meer aan dat hij niet in het bezit was van de Turkse nationaliteit en dat hij door de intrekking staatloos zou worden. De rechtbank oordeelde dat eiser bij geboorte zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit heeft verkregen en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de Turkse nationaliteit heeft verloren. Het beroep op ne bis in idem en discriminatie werd verworpen, waarbij de rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris de belangen van eiser, waaronder zijn familiebanden, heeft meegewogen maar dat de ernst van het misdrijf en het gevaar voor de nationale veiligheid zwaarder wegen. De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht geen actualiteitstoets hoefde uit te voeren en dat de maatregelen proportioneel zijn. Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro en de Associatieovereenkomst EG-Turkije faalde.
De beroepen werden ongegrond verklaard en eiser hoeft geen griffierecht te betalen. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking van het Nederlanderschap, het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de weigering van verblijfsvergunningen worden ongegrond verklaard.