ECLI:NL:RBDHA:2023:21688
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking Nederlanderschap na veroordeling voor terroristisch misdrijf
Eiser, geboren in Afghanistan en sinds 1999 Nederlander door medenaturalisatie, werd onherroepelijk veroordeeld voor terroristische misdrijven. Verweerder trok daarop het Nederlanderschap in op grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Eiser stelde dat hij onrechtmatig zonder raadsman was gehoord, dat sprake was van dubbele bestraffing, en dat hij mogelijk staatloos werd door de intrekking. De rechtbank oordeelde dat het beperkte zienswijzegehoor volgens artikel 4:8 Awb Pro rechtmatig was, dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij de Afghaanse nationaliteit had verloren, en dat de bestuursrechtelijke intrekking geen tweede strafrechtelijke sanctie vormt.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de belangen van eiser voldoende had meegewogen, waaronder zijn persoonlijke omstandigheden en het recidiverisico. De intrekking was gerechtvaardigd gezien de ernstige aard van de veroordelingen en het belang van de nationale veiligheid. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het Nederlanderschap wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft gehandhaafd.