ECLI:NL:RVS:2021:2458
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing bewaring vreemdeling wegens onvoldoende onderzoek staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 21 maart 2021 in bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000, met het oog op een mogelijke overdracht aan Duitsland volgens de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hechtte onvoldoende waarde aan het onderzoek van de staatssecretaris en oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was, waarna zij de bewaring ophefte en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris wel degelijk voldoende onderzoek had verricht naar de relevante feiten, waaronder het in rechte vaststaande overdrachtsbesluit en de verklaringen van de vreemdeling over zijn meerderjarigheid. De enkele mededeling van de vreemdeling dat hij minderjarig zou zijn, zonder objectief bewijs, maakte het onderzoek niet onzorgvuldig.
Verder stelde de vreemdeling dat de bewaring onvoldoende was gemotiveerd met betrekking tot het risico op onderduiken. De Afdeling stelde vast dat er voldoende andere gronden waren waarop de bewaring kon steunen, waardoor deze klacht faalde. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.