ECLI:NL:RVS:2021:257
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens ernstig geval van drugshandel in Amersfoort
De burgemeester van Amersfoort heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten een woning te sluiten voor drie maanden vanwege de vondst van 110,8 gram cannabis en 1 kilogram ketamine, alsmede een groot bedrag contant geld. Dit werd gezien als een ernstig geval dat directe sluiting rechtvaardigt zonder voorafgaande waarschuwing.
De rechtbank had dit besluit eerder rechtmatig verklaard. De appellant voerde in hoger beroep aan dat de enkele aanwezigheid van softdrugs onvoldoende is voor sluiting zonder waarschuwing, en dat ketamine niet onder de Opiumwet valt. Tevens stelde hij dat het gevonden geld niet was gekoppeld aan drugshandel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de hoeveelheid cannabis ruim boven de grens voor eigen gebruik ligt en dat de burgemeester terecht kon aannemen dat de drugs bestemd waren voor verkoop. De aanwezigheid van ketamine en het grote geldbedrag konden meewegen in de beoordeling van een ernstig geval. De appellant maakte niet aannemelijk dat er geen sprake was van een ernstig geval. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was.
De uitspraak bevestigt daarmee het eerdere besluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot sluiting van de woning wordt bevestigd.