ECLI:NL:RVS:2021:2752
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bouwkundige splitsing woning zonder vergunning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven legde aan [wederpartijen], eigenaren van een pand in Eindhoven, een last onder dwangsom op wegens het zonder vergunning splitsen van de woning in twee zelfstandige wooneenheden en het niet voldoen aan bouwvoorschriften. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende is vastgesteld dat sprake is van een daadwerkelijke splitsing en vernietigde het besluit van het college.
Het college ging in hoger beroep en stelde dat de woning feitelijk was gesplitst, met aparte ingangen en voorzieningen, en dat de intentie tot splitsing ook uit een verhuuradvertentie bleek. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de toetsing aan de hand van de feitelijke situatie moet plaatsvinden en dat de bouwwerkzaamheden tijdens inspecties nog niet waren afgerond. De aanwezigheid van voorzieningen op de begane grond was onvoldoende om van een zelfstandige wooneenheid te spreken, mede doordat een volwaardige keuken ontbrak en er interne verbindingen tussen de ruimten bestonden.
De Afdeling bevestigde dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat de woning was gesplitst in strijd met het bestemmingsplan. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [wederpartijen].
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.