ECLI:NL:RVS:2020:1109
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onttrekking woonruimte zonder vergunning in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een boete van €20.500,- op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning. Dit betrof een woning aan een adres in Amsterdam, waarbij een zelfstandige woning op de derde en vierde verdieping werd verhuurd als Bed & Breakfast.
De rechtbank oordeelde dat de derde en vierde verdieping een zelfstandige woning vormden, waardoor niet werd voldaan aan de voorwaarde dat de Bed & Breakfast in het hoofdverblijf van appellant werd geëxploiteerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de ruimten geen zelfstandige woonruimte vormden en dat de verhuur incidenteel was, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Raad van State bevestigde dat de derde en vierde verdieping zelfstandig toegankelijk waren en voorzien waren van woonvoorzieningen, waardoor sprake was van een zelfstandige woning. De verhuur had een bestendig karakter en was niet incidenteel. De boete werd daarom terecht opgelegd en niet gematigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete van €20.500,- wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte wordt bevestigd.