ECLI:NL:RVS:2021:558
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering briefadres wegens onvoldoende motivering en onjuiste beleidsregels
De appellant had van 2006 tot 2015 een briefadres bij zijn ouders en later alleen bij zijn moeder in Oude Wetering. Na ambtshalve uitschrijving wegens vertrek naar 'Land Onbekend' vroeg hij terugwerkende inschrijving op het briefadres, wat het college afwees omdat hij geen verblijf in de gemeente zou houden en niet meewerkte aan een hulpverleningstraject.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het college voldoende had gemotiveerd waarom de appellant niet in aanmerking kwam voor een briefadres op grond van de beleidsregels, waaronder het ontbreken van een hulpvraag en het niet aannemelijk maken van wonen in een voertuig.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een dak- of thuisloze verplicht zou zijn een begeleidingsplan te volgen en dat weigering van een briefadres op die grond strijdig is met de Wet brp. Ook is onvoldoende vastgesteld dat de appellant niet in de gemeente verbleef of dat hij niet op juiste wijze van het briefadres gebruik maakte.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaart het beroep gegrond en beveelt het college een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en appellant wordt in het gelijk gesteld met betrekking tot zijn verzoek om inschrijving op een briefadres.