ECLI:NL:RVS:2022:1341
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 24 maart 2022 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 4 april 2022 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 11 mei 2022 dat het hoger beroep gegrond is, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog gegrond.
Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van €4.200 over de periode van 24 maart tot en met 4 mei 2022. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.277, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.