ECLI:NL:RVS:2022:1357
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde bevestigd
Appellant, geboren in Afghanistan, verzocht om naturalisatie, maar de staatssecretaris wees dit af op grond van artikel 9 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap vanwege ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit was gebaseerd op een onherroepelijke veroordeling wegens rijden onder invloed en rijden terwijl het rijbewijs was ingevorderd, en een eerdere tbs-maatregel wegens doodslag.
Appellant betoogde dat het beleid in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht, dat de afwijzing disproportioneel is, en dat zijn staatloosheid en beëindiging van de tbs een gunstiger beoordeling rechtvaardigen. Ook stelde hij dat de staatssecretaris niet adequaat had beoordeeld of van het beleid mocht worden afgeweken.
De Raad van State oordeelde dat het beleid als uitgangspunt mag dienen en dat bijzondere omstandigheden door appellant onvoldoende waren aangetoond. De rehabilitatietermijn van vijf jaar is niet onredelijk en staatloosheid leidt niet tot een afwijking van het beleid. De rechtbank heeft de bezwaren gemotiveerd afgewezen en het hoger beroep is ongegrond verklaard.
De afwijzing betekent niet dat appellant in de toekomst geen naturalisatie kan verkrijgen, maar dat hij de rehabilitatietermijn moet afwachten. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en vergoedt geen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om naturalisatie wordt afgewezen wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde en binnen de rehabilitatietermijn.