ECLI:NL:RVS:2022:1375
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding na onrechtmatige bewaring en vernietiging rechtbankuitspraak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 19 maart 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 11 april 2022 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtsvraag over het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije relevant was en sloot hierbij aan bij eerdere uitspraken. De grief van de vreemdeling slaagde, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van €4.700 voor de periode van 19 maart tot en met 4 mei 2022. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.277 voor de rechtsbijstand. De uitspraak werd op 11 mei 2022 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling werd onrechtmatig bevonden, de rechtbankuitspraak vernietigd en een schadevergoeding van €4.700 toegekend.