ECLI:NL:RVS:2022:1377
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 17 maart 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 12 april 2022 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling beantwoordde de rechtsvraag over het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije aan de hand van eerdere uitspraken en oordeelde dat het hoger beroep gegrond is.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep alsnog gegrond verklaard en de vreemdeling werd een schadevergoeding van €4.900 toegekend over de periode van 17 maart tot en met 4 mei 2022. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.277. Omdat de maatregel al was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en een schadevergoeding toegekend.