ECLI:NL:RVS:2022:1384
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding na onrechtmatige bewaring en vernietiging rechtbankuitspraak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 22 maart 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 april 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling beantwoordde de rechtsvraag over de redelijke termijn voor uitzetting naar Algerije aan de hand van eerdere uitspraken en oordeelde dat de grief van de vreemdeling slaagt.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe over de periode van 22 maart tot en met 4 mei 2022. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.