ECLI:NL:RVS:2022:145
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand wegens bedrijfsmatig belang
De appellant verzocht om toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand voor drie civiele procedures tegen een accountbedrijf en een accountant wegens fouten in fiscaal advies en belastingaangiften. De raad voor rechtsbijstand wees deze aanvragen af omdat het rechtsbelang betrekking had op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf, wat volgens artikel 12 lid 2 sub e Wrb Pro uitsluitingsgrond is.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de fiscale geschillen voortkomen uit het bedrijfsmatig handelen van appellant als eigenaar van een eenmanszaak, en niet uit privébelangen zoals het hebben van een woning. Het hoger beroep richtte zich op de vraag of de geschillen toch privébelangen betroffen, met name omdat fouten in de belastingaangiften ook privéaspecten zouden raken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de geschillen hun oorsprong vinden in bedrijfsmatig handelen. Ook het argument dat het om een aanslag inkomstenbelasting zou gaan en dus een privébelang zou betreffen, werd verworpen omdat het feitelijke geschil met de accountants over hun dienstverlening gaat. Ook het beroep op een gecombineerd woon- en bedrijfsruimte geschil faalde omdat de situatie niet ging over het recht om in de woning te blijven.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand wordt bevestigd.