Uitspraak
Datum uitspraak: 25 mei 2022
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder verleende op 6 juli 2021 een omgevingsvergunning voor de verbouw van twee gebouwen, waaronder een rijksmonument, tot het nieuwe gemeentehuis. Appellanten, waaronder bewoners en belangenverenigingen, maakten bezwaar tegen het besluit vanwege het ontbreken van een locatiebesluit, mogelijke verkeers- en parkeerhinder en aantasting van cultuurhistorische waarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van één appellant gegrond wegens een procedurefout, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. De andere beroepen werden ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigde de Raad van State dat geen locatiebesluit vereist was en dat de procedure zorgvuldig was gevolgd, met voldoende motivering over de parkeerbehoefte en ruimtelijke ordening.
Verder oordeelde de Raad dat de bezwaren over geluid, aanbesteding en cultuurhistorisch advies niet tot vernietiging leiden. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de vergunning ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning voor verbouw tot gemeentehuis en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.