ECLI:NL:RVS:2022:1525
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 11 april 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 mei 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep gegrond is en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling volgde eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat er geen uitzicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije.
Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van €2.300,- over de periode van bewaring. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.277,- vanwege door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.