ECLI:NL:RVS:2022:1627
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. ten Veen
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen winterterras horecabedrijf De Appel te Hengelo
De vennootschap exploiteert sinds 2013 horecabedrijf De Appel te Hengelo en heeft daarvoor diverse vergunningen ontvangen, waaronder drank- en horecavergunningen en terrasvergunningen die geldig waren tot 1 januari 2016. Na het vervallen van deze vergunningen heeft het college in 2018 nieuw Terrassenbeleid vastgesteld, dat vanaf 1 juni 2019 werd gehandhaafd.
In 2019 constateerde het college dat De Appel een winterterras had geplaatst zonder omgevingsvergunning, wat in strijd is met artikel 2.1 van de Wabo en artikel 2.10a van de APV 2019. Het college legde een last onder dwangsom op om het winterterras te verwijderen en het terras in overeenstemming te brengen met het Terrassenbeleid 2018. De vennootschap maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het college in het gelijk stelde.
In hoger beroep bij de Raad van State heeft de vennootschap haar eerdere betoog over strijd met de Dienstenrichtlijn laten vallen en erkend dat het winterterras na overname is teruggeplaatst. De Raad van State bevestigt dat het college bevoegd was tot handhaving, dat het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel faalt, en dat het handhavend optreden niet onevenredig is gelet op het algemeen belang en de belangen van andere gebruikers van de openbare ruimte.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot verwijdering van het winterterras en verklaart het hoger beroep ongegrond.