ECLI:NL:RVS:2022:1904
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete voor illegale splitsing woonruimte in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 11 februari 2020 een boete van €18.000 op aan appellant wegens het zonder vergunning splitsen van een woonruimte in twee zelfstandige woonruimten. Dit betrof het souterrain van een woning aan een locatie in Amsterdam, dat sinds juli 2019 werd verhuurd aan derden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het souterrain onderdeel is van de woning en dat het zonder vergunning splitsen in strijd is met artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014. De rechtbank had terecht geoordeeld dat sprake was van een overtreding. Wel werd overwogen dat appellant geen vergunning had aangevraagd voor de splitsing, ondanks dat hij een omgevingsvergunning had voor de verbouwing van opslagruimte naar verblijfsruimte.
De Raad van State matigde de boete echter met 50% vanwege bijzondere omstandigheden: appellant had na de boete alsnog een huisvestingsvergunning aangevraagd en verkregen, het souterrain werd duurzaam bewoond en verhuurd aan particulieren zonder bedrijfsmatig handelen, en er was geen negatief effect op de woonruimtevoorraad of leefbaarheid. De boete werd vastgesteld op €9.000. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: De boete voor het zonder vergunning splitsen van de woning wordt gematigd tot €9.000.