ECLI:NL:RVS:2022:1997
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- B.P.M. van Ravels
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatwerkvoorschriften geurhinder meststoffeninrichting Noord-Brabant
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft bij besluit van 15 juni 2020 maatwerkvoorschriften vastgesteld en ingetrokken voor de meststoffeninrichting van appellante in Helmond, vanwege overschrijding van het aanvaardbaar geurhinderniveau. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde dit besluit deels en stelde zelf enkele voorschriften vast. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep gegrond verklaard en het besluit van 15 juni 2020 in zijn geheel vernietigd.
De Afdeling oordeelde dat het college het aanvaardbaar geurhinderniveau niet op juiste wijze had bepaald, omdat het niet voldeed aan de vereisten van artikel 2.7a, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het college had niet mogen terugvallen op normen uit de omgevingsvergunning en de beleidsregel, maar had het niveau moeten bepalen aan de hand van actuele feiten en omstandigheden. Hierdoor was het besluit gebrekkig en had de rechtbank ten onrechte het besluit niet geheel vernietigd.
De Afdeling zag geen aanleiding tot toepassing van de bestuurlijke lus en bepaalde dat het college bij nieuwe vaststelling van maatwerkvoorschriften het aanvaardbaar geurhinderniveau opnieuw moet bepalen aan de hand van de wettelijke criteria. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van 15 juni 2020 van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wordt in zijn geheel vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het aanvaardbaar geurhinderniveau.