ECLI:NL:RVS:2022:2176
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten college Westerveld inzake handhaving vergunningvoorschriften en aarden wal
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op bezwaren tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Westerveld inzake handhavingsverzoeken en invordering van een dwangsom.
De rechtbank verklaarde de beroepen deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Het college heeft vervolgens alsnog beslist op de bezwaren. In hoger beroep stelt de Afdeling vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de overtredingen met betrekking tot de damwand en maaiveldhoogte waren beëindigd, en dat het college terecht heeft afgezien van handhavend optreden tegen de damwand vanwege het bereiken van het doel van het voorschrift en mogelijke bouwkundige gevolgen.
Verder oordeelt de Afdeling dat het college onterecht heeft gesteld dat voor de aanleg van een aarden wal geen omgevingsvergunning vereist is, omdat de planregels duidelijk voorschrijven dat ophogen vergunningplichtig is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat nog niet is vastgesteld of het college onrechtmatig heeft gehandeld. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en wijst het college aan een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, besluiten vernietigd en college opgedragen nieuw besluit te nemen.