ECLI:NL:RVS:2022:2178
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- J. Gundelach
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging watervergunning voor lozing PFOS in oppervlaktewater nabij Schiphol-Rijk
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland verleende op 13 december 2018 een watervergunning aan Schiphol Nederland B.V. voor het lozen van stoffen afkomstig van een gronddepot met PFOS-verontreinigde grond in een oppervlaktewaterlichaam nabij Schiphol-Rijk. RichPort en andere appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke gezondheidsrisico's en negatieve effecten op hun eigendommen.
De rechtbank verklaarde het beroep van RichPort en andere ongegrond, waarbij werd overwogen dat het belang van appellanten niet direct verweven is met het waterkwaliteitsbelang dat de Waterwet beschermt. RichPort en andere stelden in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het relativiteitsvereiste toepaste en dat de vergunning onvoldoende rekening houdt met de risico's van PFOS-lozing.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verband tussen de belangen van RichPort en andere en de waterkwaliteitsnormen niet uitgesloten kan worden zonder nader deskundigenonderzoek. De Afdeling bevestigde dat het college de vergunning terecht heeft verleend met toepassing van beste beschikbare technieken (BBT) en dat een nul-emissie niet verplicht is. De bezwaren van RichPort en andere leiden niet tot vernietiging van het besluit. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de watervergunning aan Schiphol Nederland B.V. bevestigd.