ECLI:NL:RVS:2022:2219
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken reëel risico indirect refoulement bij overdracht aan Bulgarije
De vreemdeling met de Afghaanse nationaliteit had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij geen reëel risico liep op indirect refoulement bij overdracht aan Bulgarije op grond van de Dublinverordening.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vreemdeling onvoldoende concrete aanknopingspunten had gegeven waaruit blijkt dat de Bulgaarse rechter hem niet zou beschermen tegen onmenselijke behandeling in Afghanistan. Ook werd het betoog over pushbacks naar Turkije niet in eerste aanleg ingebracht en kon daarom niet in hoger beroep worden behandeld. Hierdoor faalde de grief.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.