ECLI:NL:RVS:2022:2448
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- B.J. Schueler
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring hoger beroep tegen vergunning voor uitbreiding bierbrouwerij wegens geen significante stikstofeffecten
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende InBev Nederland N.V. een vergunning voor de uitbreiding van een bierbrouwerij in Dommelen op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De rechtbank vernietigde dit besluit en wees de aanvraag af, omdat zij oordeelde dat geen Wnb-vergunning nodig was. Appellanten stelden dat wel een vergunning vereist was vanwege mogelijke nadelige effecten op het Natura 2000-gebied Leenderbos.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep. Kernpunt was de juiste referentiesituatie voor stikstofdepositie: appellanten voerden aan dat de revisievergunning uit 2014 als referentie moest gelden, terwijl het college en de Afdeling de oudere Hinderwetvergunning uit 1992 als referentie aanhielden. De Afdeling oordeelde dat de Hinderwetvergunning als referentie geldt omdat deze niet is geëxpireerd en de emissie lager is dan bij de revisievergunning.
Verder werd het betoog van appellanten over verkeersbewegingen en cumulatie met andere projecten verworpen. De Afdeling bevestigde dat de stikstofdepositie in de beoogde situatie lager is dan in de referentiesituatie, waardoor uitgesloten is dat het project significante negatieve gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming is verworpen.