Uitspraak
200903222/1/R3) voor het oordeel van de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de vaststelling van een bestemmingsplan in de weg staat, slechts aanleiding is wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit, waarbij de bewijslast wordt beheerst door de in die procedure geldende regels.
201111765/1/R1onder verwijzing naar de uitspraak van 4 december 2002 in zaak nr.
200201931/1heeft overwogen lenen bepalingen inzake sociale grondrechten zoals artikel 21 van Pro de Grondwet zich in beginsel niet voor rechtstreekse toetsing door de rechter. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die ertoe moeten leiden dat het bestreden besluit - in aanvulling op de toetsing aan de toepasselijke wetgeving, waaronder de Wro - desondanks in aanmerking komt voor rechtstreekse toetsing aan artikel 21 van Pro de Grondwet.
201008192/1/T1/R1ten onrechte geen planschaderisico-analyse ter inzage gelegd. [appellant sub 2] betoogt dat, mede gelet op de economische crisis, de financiële uitvoerbaarheid van het plan twijfelachtig is. Volgens haar is niet inzichtelijk waar de financiële middelen vandaan komen om de realisatiekosten van 80 tot 100 miljoen euro te dragen.
201011643/1/R2).
201006426/1/R2, kan het beroep van [appellant sub 7 A] op artikel 6.12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wro ingevolge artikel 1.9 van de Chw er niet toe leiden dat het bestreden besluit om die reden wordt vernietigd. Gelet hierop laat de Afdeling dit betoog buiten beschouwing.