ECLI:NL:RVS:2022:3260
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet tijdig nemen verblijfsvergunning asiel en oplegging dwangsom
De vreemdeling uit Venezuela had op 6 februari 2020 een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag aanvankelijk af bij besluit van 19 juli 2020, maar trok dit besluit op 29 juni 2021 in. De vreemdeling vervolgde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaarde zich echter onbevoegd, verwijzend naar de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND die het instellen van beroep tegen niet tijdig genomen besluiten op asielaanvragen uitsloot.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat deze wet in strijd was met het Unierecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet onverbindend is voor zover het artikel 6:2 Awb Pro uitsluit, waardoor de rechtbank wel bevoegd was om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De Afdeling verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze zich onbevoegd had verklaard, en vernietigde het niet tijdig nemen van een besluit. De staatssecretaris werd opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen en een dwangsom van maximaal €15.000 op te leggen voor iedere dag van overschrijding. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.138,50.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag is gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.