ECLI:NL:RVS:2022:3822

Raad van State

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
19 december 2022
Zaaknummer
202206412/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging inbewaringstelling vreemdeling zonder bezwaar OM vereist voor uitzetting

Bij besluit van 13 oktober 2022 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze inbewaringstelling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling overwoog dat het ontbreken van bezwaar bij het Openbaar Ministerie een vereiste is voor uitzetting, maar niet voor inbewaringstelling. Dit oordeel werd ondersteund door eerdere uitspraken van de Afdeling, waarin werd benadrukt dat bij het ontbreken van een uitzettingsdatum de staatssecretaris niet verplicht is contact te zoeken met het OM. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die beantwoording in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming vereisten.

Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 20 december 2022.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202206412/1/V3.
Datum uitspraak: 20 december 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 2 november 2022 in zaak nr. NL22.20737 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 2 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat het ontbreken van bezwaar bij het Openbaar Ministerie (hierna: OM) een vereiste is voor uitzetting, niet voor inbewaringstelling. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 8 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5037, onder 2.2.3. In dit geval was er nog geen uitzettingsdatum bekend, waardoor de staatssecretaris ook nog niet gehouden was om contact te zoeken met het OM. De Afdeling wijst ter vergelijking op haar uitspraak van 12 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:293, onder 3.2 en 3.3.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schippers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 december 2022
873-1017