ECLI:NL:RVS:2021:293
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over overdracht vreemdeling aan Oostenrijk wegens procedurele tekortkomingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 20 juli 2020 besloten een vreemdeling over te dragen aan Oostenrijk. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het overdrachtsbesluit vanwege onvoldoende zorgvuldige voorbereiding, met name omdat niet duidelijk was of het Openbaar Ministerie (OM) akkoord ging met de overdracht.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en betoogde dat instemming van het OM niet vereist is bij het nemen van het overdrachtsbesluit, maar pas bij de feitelijke overdracht. De Raad van State oordeelde dat het oordeel van de rechtbank onjuist was en dat het overdrachtsbesluit niet onzorgvuldig was voorbereid. Wel moet de staatssecretaris voorafgaand aan de feitelijke overdracht navraag doen bij het OM.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Omdat de rechtbank had vastgesteld dat sprake was van strijd met het verdedigingsbeginsel en artikel 4:8 Awb Pro, maar de staatssecretaris hiertegen in hoger beroep niet was opgekomen, werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.