ECLI:NL:RVS:2022:414
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische noodzaak
Bij besluit van 27 februari 2020 wees het college van burgemeester en wethouders van Almere de aanvraag van appellante om een urgentieverklaring af. Haar dochter lijdt aan narcolepsie en kataplexie, aandoeningen die een rustige slaapomgeving vereisen. Het huidige appartement beschikt slechts over één slaapkamer, die tevens als kledingkamer wordt gebruikt, waardoor appellante in de woonkamer slaapt en de badkamer alleen via de slaapkamer bereikbaar is.
Het college baseerde de afwijzing op een medisch advies van Argonaut, waarin werd gesteld dat binnen zes maanden geen medische noodzaak bestond voor zelfstandige woonruimte voor ieder gezinslid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het college de hardheidsclausule niet hoefde toe te passen.
Appellante voerde aan dat de situatie levensontwrichtend is en dat het advies onzorgvuldig en tegenstrijdig is opgesteld, mede omdat de woonsituatie niet ter plaatse was beoordeeld. De Raad van State oordeelde echter dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen, de belangen van de dochter voldoende zijn meegewogen en dat de afwijzing niet in strijd is met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring wegens het ontbreken van een levensontwrichtende situatie.