ECLI:NL:RVS:2022:727
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring vreemdeling in het kader van overdracht aan Roemenië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 27 januari 2021 in bewaring met het oog op zijn overdracht aan Roemenië. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de bewaring ondeugdelijk was gemotiveerd en dat een lichter middel mogelijk was, en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank niet buiten de grenzen van het geschil was getreden door ambtshalve te toetsen, maar dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de mogelijkheid van een lichter middel. De staatssecretaris had adequaat onderzoek verricht en de vreemdeling had onvoldoende onderbouwd waarom verblijf bij zijn broer mogelijk was.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de bewaring niet langer duurde dan noodzakelijk, mede omdat de vreemdeling geen medewerking verleende aan de overdracht en pas kort voor de overdracht in bewaring werd gesteld. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, maar verklaarde het beroep alsnog ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.