ECLI:NL:RVS:2021:2698
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inschrijving in Basisregistratie Personen wegens onvoldoende bewijs woonadres
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag schreef op 10 januari 2019 een persoon in de Basisregistratie Personen (brp) in op een adres te Den Haag, waar hij volgens eigen verklaring sinds juni 2018 zou verblijven. De huurder van het adres, appellant, gaf aan geen toestemming te hebben gegeven en betoogde dat de persoon slechts een logé was. Na een huisbezoek en verschillende verklaringen bleef onduidelijkheid bestaan over het daadwerkelijke woonadres.
Het college verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in november 2020. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State, die oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar het woonadres. De aanwezigheid van persoonlijke spullen was onvoldoende bewijs en de wisselende verklaringen van de persoon wekten twijfel.
De Raad van State vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en herroept de inschrijving in de brp. Tevens veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Het college had meer onderzoek moeten doen, bijvoorbeeld door meerdere huisbezoeken, om de woonplaats vast te stellen.
Uitkomst: Het besluit tot inschrijving in de Basisregistratie Personen wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende bewijs van het woonadres.