ECLI:NL:RVS:2022:854
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs na alcoholgerelateerd ongeval ondanks strafrechtelijke vrijspraak
Op 31 januari 2020 was appellante betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval waarna zij werd aangehouden op verdenking van rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 805 µg/l. Het CBR legde haar een onderzoek naar geschiktheid op en schorste haar rijbewijs. Na een psychiatrisch onderzoek met diagnose 'alcoholmisbruik in ruime zin' verklaarde het CBR haar rijbewijs ongeldig.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, die ongegrond werden verklaard. De rechtbank bevestigde deze besluiten en wees het beroep van appellante af. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat haar strafrechtelijke vrijspraak voor rijden onder invloed en verlaten plaats ongeval het bestuursrechtelijke besluit ondermijnde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bestuursrechter niet gebonden is aan de strafrechtelijke vrijspraak, vooral zonder motivering die de onjuistheid van het proces-verbaal aantoont. Appellante overwoog slechts de vrijspraak zonder nadere onderbouwing en ontkende niet de eigen verklaring dat zij bestuurder was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.