ECLI:NL:RVS:2023:1259
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom en bestuursdwang voor illegale loods zonder omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen legde appellant een last onder dwangsom en later een last onder bestuursdwang op om een zonder omgevingsvergunning geplaatst bouwwerk op een perceel te verwijderen. Appellant voerde onder meer aan dat bijzondere omstandigheden en het vertrouwensbeginsel toepassing behoefden, en dat zijn financiële draagkracht onvoldoende werd meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat de belangenafweging rechtmatig was, waarbij het belang van Wonen Limburg bij gebiedsontwikkeling meegewogen mocht worden. Er was geen sprake van concrete zicht op legalisatie, misbruik van bevoegdheid of willekeur. Ook werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze oordelen. De Afdeling benadrukte dat het college in beginsel moet handhaven bij overtreding van een wettelijk voorschrift en dat financiële draagkracht bij het opleggen van de dwangsom slechts in uitzonderlijke gevallen een rol speelt. Het college mocht eerst een last onder dwangsom opleggen alvorens bestuursdwang toe te passen. De invordering van de dwangsommen werd eveneens bevestigd omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet kon betalen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.