ECLI:NL:RVS:2023:1450
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlenging briefadres ondanks stalking
Appellant is sinds enkele jaren ingeschreven met een briefadres. Het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht verlengde dit briefadres op 19 mei 2020 voor drie maanden, nadat appellant had aangegeven een woonadres te hebben maar vanwege stalking een briefadres wenste.
Het college weigerde het briefadres langer te verlengen en schreef appellant na drie maanden in op zijn woonadres. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond en wees zijn bezwaar tegen proceskosten af.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college bevoegd was het briefadres langer te verlengen om veiligheidsredenen en dat het wettelijk onmogelijk was het briefadres tussentijds te beëindigen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd is een briefadres toe te kennen en te beëindigen en dat de keuze voor een briefadres afhankelijk is van het oordeel van de burgemeester over veiligheidsredenen.
De Afdeling vond dat de door appellant overgelegde incidenten uit 2017 geen actuele dreiging aantoonden op het moment van besluitvorming in 2020. Ook was het briefadres tot de uitspraak van de rechtbank in stand gebleven. Het beroep op proceskostenvergoeding faalde omdat de rechtbank de kosten forfaitair had vastgesteld conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.