ECLI:NL:RVS:2023:1738
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving veehouderij wegens onvoldoende onderzoek bemesting en beweiding
MOB en Leefmilieu verzochten het college van gedeputeerde staten van Overijssel om handhavend op te treden tegen een melkveehouderij wegens het beweiden van vee en het uitrijden van mest zonder natuurvergunning. Het college wees dit verzoek in eerste instantie af, waarna diverse bezwaar- en beroepsprocedures volgden. De rechtbank Overijssel vernietigde het besluit van 13 juli 2021 omdat het college onvoldoende had onderzocht of de percelen sinds de referentiedatum (10 juni 1994) feitelijk werden bemest en of er sprake was van een wijziging in grondgebruik die invloed heeft op de stikstofdepositie.
De Raad van State bevestigt dat het college bij het bepalen van de referentiesituatie moet uitgaan van het planologisch regime en het feitelijke gebruik van de gronden op de referentiedatum. De Afdeling volgt het college en de veehouderij deels door te stellen dat het bemesten en het weiden van vee als aparte projecten moeten worden beschouwd, elk met een eigen referentiesituatie. De rechtbank heeft ten onrechte aangenomen dat voor beweiden de referentiesituatie kan worden ontleend aan de natuurvergunning.
De Raad van State oordeelt dat het besluit van 13 juli 2021 onvoldoende zorgvuldig is genomen en vernietigt het gedeelte van de uitspraak van de rechtbank dat het college opdraagt binnen 16 weken een nieuw besluit te nemen. Het college wordt opgedragen binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen, dat alleen bij de Afdeling kan worden aangevochten.
Uitkomst: Het besluit van 13 juli 2021 wordt vernietigd en het college wordt opgedragen binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen.