ECLI:NL:RVS:2023:1824
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitschrijving uit basisregistratie personen na adresonderzoek in Kerkrade
Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade heeft appellant uitgeschreven uit de basisregistratie personen (brp) na een melding van de eigenaar dat appellant niet meer op het adres verbleef. Er is een adresonderzoek gestart, waarbij appellant en zijn gemachtigde meerdere keren betrokken waren, onder meer via een telefoongesprek en een huisbezoek waarbij de woning leeg bleek.
Appellant betoogde dat het college het voornemen tot uitschrijving niet aan zijn gemachtigde had gestuurd, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden. Ook stelde hij dat de rapportage van het huisbezoek niet als bewijs kon dienen omdat hij niet aanwezig was. Verder voerde hij aan dat hij wel in de woning verbleef omdat hij een sleutel had en post ontving.
De Afdeling oordeelde dat het college het voornemen ook aan de gemachtigde had moeten toezenden, maar dat dit gebrek kon worden gepasseerd omdat de gemachtigde voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt kenbaar te maken. Het niet aanwezig zijn bij het huisbezoek kwam voor rekening van appellant. De Afdeling stelde dat het bezit van een sleutel en het ontvangen van post niet voldoende bewijs is voor feitelijk verblijf. Gezien de feiten en omstandigheden, waaronder het lege huis en de verkoop van de woning, was de uitschrijving terecht. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitschrijving uit de basisregistratie personen bevestigd.