ECLI:NL:RVS:2012:BW1458
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-tijdige kennisgeving besluit aan gemachtigde
De minister van Justitie trok bij besluit van 16 juli 2010 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling in. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het besluit tijdig was bekendgemaakt, mede gezien de rol van een gemachtigde van de vreemdeling. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan alleen verplicht is een besluit aan een gemachtigde te zenden indien de belanghebbende het bestuursorgaan daarvan op de hoogte heeft gesteld. In deze zaak was dat niet het geval. De minister had het besluit aangetekend naar het laatst bekende adres van de vreemdeling gestuurd, en de ontvangst door PostNL was volgens de Raad op regelmatige wijze verlopen.
De Raad concludeerde dat de beroepstermijn niet was gaan lopen omdat het besluit niet op de voorgeschreven wijze aan de gemachtigde was bekendgemaakt. Hierdoor was het beroep van de vreemdeling niet tijdig ingediend en derhalve niet-ontvankelijk. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.