ECLI:NL:RVS:2023:1922
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstig vermoeden gevaar openbare orde
Bij besluit van 7 mei 2020 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van appellant om hem en zijn twee minderjarige kinderen het Nederlanderschap te verlenen af. Dit gebeurde vanwege een ernstig vermoeden dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde, gebaseerd op een onherroepelijke veroordeling tot een voorwaardelijke taakstraf wegens openlijke geweldpleging.
Appellant betwistte dit besluit en voerde aan dat het beleid omtrent de rehabilitatietermijn, die start na afronding van het strafproces, leidt tot willekeur en onredelijkheid, vooral omdat zijn strafproces door hoger beroep langer duurde. Hij stelde dat de rehabilitatietermijn eerder had moeten ingaan, bijvoorbeeld op de pleegdatum of het vonnis van de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het beleid in de Handleiding RWN niet onredelijk is en dat de staatssecretaris voldoende rekening had gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in het strafproces. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het beleid een voorziening bevat voor bijzondere omstandigheden, waarbij de bewijslast bij de vreemdeling ligt.
De Afdeling concludeert dat het besluit van de staatssecretaris niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat het ernstig vermoeden van gevaar voor de openbare orde terecht is aangenomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.