ECLI:NL:RVS:2023:1943
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid CBR tot opleggen onderzoek alcoholgebruik ondanks twijfel over twintigminutentermijn
Het CBR schorste op 1 september 2021 het rijbewijs van appellant en legde hem een onderzoek naar zijn alcoholgebruik op naar aanleiding van een ademonderzoek door de politie op 17 juli 2021. Appellant maakte bezwaar tegen het onderzoek, maar werkte eraan mee. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het beroep af. Appellant stelde in hoger beroep dat niet kon worden vastgesteld of het ademonderzoek pas na de wettelijk vereiste twintigminutentermijn was afgenomen, waardoor het CBR niet bevoegd zou zijn geweest het onderzoek op te leggen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het doel van de twintigminutentermijn is om invloed van mondalcohol op het resultaat te voorkomen. Hoewel niet exact vaststaat wanneer de termijn begon, is aannemelijk dat appellant meer dan twintig minuten voor het ademonderzoek geen alcohol meer heeft gedronken. Het CBR heeft berekend dat het alcoholgehalte pas 65 minuten na het onderzoek onder de grens zou komen. Daarmee is geen sprake van een grensgeval waarbij de termijn doorslaggevend is.
De Afdeling stelde ook vast dat de vrijspraak in de strafzaak, waar andere bewijsregels gelden, het bestuursrechtelijke oordeel niet beïnvloedt. Het CBR was daarom bevoegd het onderzoek op te leggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het CBR bevoegd was het onderzoek op te leggen.