ECLI:NL:RVS:2023:2220
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- B.P. Vermeulen
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toeslagpartnerschap en terugvordering toeslagen 2018 met toepassing Awir
De zaak betreft de vaststelling van het toeslagpartnerschap van de broer van appellante en de daarop gebaseerde herziening en terugvordering van zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2018. De Belastingdienst/Toeslagen had de broer als toeslagpartner aangemerkt omdat hij als meerderjarige op hetzelfde adres stond ingeschreven als appellante en haar minderjarige dochter. Appellante betwistte dit en voerde onder meer het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel aan.
De rechtbank oordeelde dat de broer terecht als toeslagpartner was aangemerkt en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel en benadrukt dat artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Awir dwingend is en geen ruimte laat voor een afwijkende interpretatie op basis van feitelijke omstandigheden.
Wel oordeelt de Afdeling dat het besluit op bezwaar van 9 april 2019 ten onrechte geen belangenafweging bevatte over de evenredigheid van de terugvordering, waardoor dit besluit voor zover het de terugvordering betreft vernietigd moet worden. De Belastingdienst/Toeslagen heeft in hoger beroep alsnog gemotiveerd dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om de terugvordering te matigen, zodat de rechtsgevolgen van de terugvordering in stand blijven.
Appellante kan een persoonlijke betalingsregeling aanvragen, waarbij rekening wordt gehouden met haar financiële situatie. De Belastingdienst/Toeslagen zal bij onvoldoende betalingscapaciteit gedurende 24 maanden geen terugvorderingen opleggen en daarna de resterende schuld kwijtschelden. De Belastingdienst/Toeslagen wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor de terugvordering, het besluit op bezwaar wordt vernietigd voor zover het de terugvordering betreft, maar de terugvordering blijft in stand met mogelijkheid tot betalingsregeling.