ECLI:NL:RVS:2023:2424
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.J. Borman
- J.H. van Breda
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last bestuursdwang en kostenverhaal bodemverontreiniging druggerelateerde stoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert legde een last onder bestuursdwang op aan de overledene vanwege bodemverontreiniging met druggerelateerde stoffen op een perceel in Rijsbergen. De kosten van bestuursdwang werden geheel op hem verhaald. Na onderzoek bleek dat de verontreiniging mogelijk afkomstig was van een dumping nabij het perceel of in een naastgelegen sloot. De erven betwistten dat de overledene als overtreder kon worden aangemerkt, stellende dat hij niet betrokken was bij de lozing en geen weet had van de dumping.
De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het perceel de bronlocatie was van de verontreiniging en dat de overledene als overtreder kon worden aangemerkt. De zorgplicht uit de Wet bodembescherming vereist dat iemand zelf handelingen verricht of dat deze aan hem kunnen worden toegerekend, wat hier niet het geval was. Ook de toepassing van de zorgplicht uit de Woningwet werd verworpen omdat deze niet ziet op bodemverontreiniging.
Het beroep van de erven werd gegrond verklaard, het primaire besluit en het kostenverhaal werden herroepen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de erven. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering en bewijsvoering bij bestuursdwang en kostenverhaal in milieuzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten; het besluit bestuursdwang en het kostenverhaal worden herroepen.