ECLI:NL:RVS:2021:2892
Raad van State
- Hoger beroep
- J.TH. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herziening kindgebonden budget wegens partnerstatus
De appellant heeft kindgebonden budget ontvangen met een toeslag voor alleenstaande ouders (ALO-kop) over 2016 en 2017. De Belastingdienst heeft later vastgesteld dat appellant sinds 1993 getrouwd is en heeft haar echtgenoot als toeslagpartner aangemerkt, waardoor de ALO-kop niet meer van toepassing was. De definitieve berekening leidde tot terugvordering van €5.546.
Appellant verzocht om herziening van het kindgebonden budget omdat zij feitelijk alleenstaand was doordat haar echtgenoot in 2016 vertrok en zij niet op de hoogte was van het partnerbegrip. De rechtbank wees dit verzoek af en de Raad van State bevestigt deze beslissing. De Afdeling overweegt dat de wetgever het partnerbegrip objectief heeft vormgegeven en dat de registratie in de BRP bepalend is.
Hoewel de situatie van appellant lijkt op die van een alleenstaande ouder, is het huwelijk niet ontbonden of gescheiden. De wet biedt compensatie voor dergelijke situaties via de bijstand, niet via het kindgebonden budget. De terugvordering wordt niet gematigd omdat de toeslag niet te laag was vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herziening van het kindgebonden budget bevestigd.