ECLI:NL:RVS:2023:2884
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en maakte bezwaar tegen haar voorgenomen feitelijke overdracht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar moet worden aangemerkt als een verzoek om een voorlopige voorziening tijdens het hoger beroep. Gezien lopende prejudiciële vragen en het interstatelijk vertrouwensbeginsel werd het hoger beroep aangehouden voor nader onderzoek. De voorlopige voorziening werd toegewezen om overdracht te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 837,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. Hiermee werd de positie van de vreemdeling in de procedure versterkt en werd de rechtsbescherming gewaarborgd.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.