ECLI:NL:RVS:2023:3217
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Bij besluit van 29 januari 2020 gaf de burgemeester van Veere een machtiging tot binnentreden af. De burgemeester verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit in juni 2020 ongegrond. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van 30 juni 2020 en beval een nieuw besluit. Tevens veroordeelde de rechtbank de Staat tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De burgemeester nam op 25 mei 2022 een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellant gegrond werd verklaard en het oorspronkelijke besluit werd herroepen. Appellant trok daarop het hoger beroep in, behalve voor het geschil over de proceskostenvergoeding voor het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende voor het indienen van dit verzoek. De Afdeling vernietigt dit onderdeel van de uitspraak en veroordeelt de burgemeester tot betaling van een proceskostenvergoeding van €418,50. Tevens veroordeelt de Afdeling de burgemeester tot vergoeding van proceskosten en griffierecht in verband met het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de burgemeester van Veere wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.